Pakistan en crisissen de afgelopen 10 jaar: zeker niet het zwaarst getroffen in de regio

 

Pakistan en crisissen de afgelopen 10 jaar: zeker niet het zwaarst getroffen in de regio.

(bronnen: World disasters report 2005 Internationale Rode Kruis en Rode halve maan)

In het trieste rampenlijstje van de media bekleedt Zuid Azië jammer genoeg een belangrijke plaats: Bangladesh met overstromingen met de regelmaat van de klok, eind vorig jaar waren India en Sri Lanka erg getroffen door Tsunami, de aardbeving van oktober in Pakistan is een zoveelste in de rij in de regio. Zeker India en Bangladesh hebben jaarlijks af te rekenen met een veelvoud aan slachtoffers –doden en gekwetsten – als gevolg van rampen. Uit het overzicht van het World Disaster Report 2005 blijkt dat Pakistan de laatste 10 jaar in de regio van Zuid Azië zeker niet het zwaarst getroffen is geweest. Bangladesh bijvoorbeeld, met een ietwat hogere bevolking, heeft in die periode 10 keer meer getroffenen, en 15 keer meer dodelijke slachtoffers gekend dan Pakistan.

 

Basisindicatoren rampen periode 1995-2004

Pakistan

India

Sri Lanka

Bangladesh

Aantal inwoners 2003 in miljoenen

68

620

14

73

Aantal doden als gevolg van rampen

6.192

83.620

36.096

10.817

Aantal getroffenen door rampen

9.224.032

702.027.610

5.781.189

93.142.451

 

Pakistan scoort erg zwak op vlak van menselijke ontwikkeling.

(zie http://www.undg.org/documents/5593-Pakistan_MDG_Report.doc)

Als we kijken hoe het gaat met de realisatie van de millenniumdoelen op vlak van menselijke ontwikkeling, dan scoort Pakistan heel wat minder goed dan Sri Lanka, een stuk minder goed dan India en net iets beter dan Bangladesh. We stellen dus vast dat er een hele reeks crisissen de media niet halen. Om dit duidelijk te maken zetten we een reeks gegevens op een rijtje, in vergelijking met de andere landen in Zuid Azië

 

Basisindicatoren Menselijke Ontwikkeling

Pakistan

India

Sri Lanka

Bangladesh

Levensverwachting bij geboorte

63

63,3

74

62,8

Inkomen in dollar/jaar/inwoner

2.097

2.892

3.778

1.770

Kindersterfte onder 5 jaar op 1000

103

87

15

69

% scholarisatie van basis tot hoger onderwijs

35

60

69

41,1

Aangroei van de bevolking/ jaar 2003

2,0

1,4

1,2

1,7

Plaats op lijst menselijke ontwikkeling van UNDP (op 183 landen)

135

127

93

139

 

Op vlak van scholarisatiegraad en kindersterfte bijvoorbeeld scoort Pakistan opmerkelijk slechter dan de meer ontwikkelde landen uit de regio India en Sri Lanka, maar ook slechter dan het minder ontwikkelde en armere Bangladesh.

 

De Pakistaanse overheid kiest niet echt voor menselijke ontwikkeling, en krijgt weinig internationale steun.

Om aan de structurele problemen van Pakistan te sleutelen lijkt de overheid niet direct de juiste prioriteiten te leggen. In vergelijking met de landen in de regio blijft de investering in onderwijs en gezondheidszorg achter (enkel Bangladesh besteedt nóg minder aan gezondheidszorg). Daarnaast blijkt Pakistan veel meer te besteden aan militaire uitgaven, en is de schuldenlast relatief ook het grootst. Ook voor de internationale gemeenschap lijkt Pakistan geen prioritair land te zijn: hier valt vooral op dat Sri Lanka goed in de markt ligt met een relatief erg hoge ontwikkelingssamenwerking per inwoner.

 

Basisindicatoren investeringen door de overheid in ‘02 in % BBP

Pakistan

India

Sri Lanka

Bangladesh

Publieke uitgaven voor onderwijs

1,8

4,1

2,7

2,4

Publieke uitgaven voor gezondheid

1,1

1,3

1,8

0,8

Militaire uitgaven

4,4

2,1

2,7

1,2

Buitenlandse ontwikkelingssamenwerking dollar per inwoner

7,2

0,9

35

10,1

Investeringen (% van Bruto Binnenlands Product BBP)

1,3

0,7

1,3

2,7

Totale schuldendienst (% van BBP)

3,7

3,4

3,3

1,3

 

 

Globalisering: armoede drijft Pakistani ook naar onze steden.

(bron: 11.11.11 buurtinterviews met Pakistaanse carwash- en night shop eigenaars)

Pakistan is een beperkte speler binnen de globalisering: het levert van ouds ruwe grondstoffen voor onze Vlaamse tapijtwevers, meer bepaald jute en wol. Maar dit alles helpt niet om een duidelijke plaats te geven aan Pakistan in de internationale arbeidsverdeling. Met een groeiende schuldendienst (van 18,3 % van inkomsten uit export in 80 tot 39,5 % in 2000) kent Pakistan een erg zwakke economie.

Dit groot gebrek aan economische kansen is er dan ook oorzaak van dat er heel wat Pakistani uitzwerven: zoals het geval voor andere Aziatische landen zorgt dit fenomeen via het terugsturen van inkomsten naar Pakistan voor een aanzienlijk deel van het Bruto Nationaal Inkomen van het land.

Het fenomeen van economische migratie vinden we terug in onze maatschappij om de hoek. De Pakistaan van de car wash of van de night shop zijn onze buren in Sint-Gillis. Ze zijn deel van een grote gemeenschap van vele duizenden Pakistani die al enkele decennia in onze grootsteden, overal in Europa en ook in België, dit soort economische activiteiten ontwikkelen.

 

De sociale bewegingen in Pakistan: ondanks grote maatschappelijke problemen een redelijk zwak middenveld.

(bronnen: Wereldsolidariteit, Pakistan National Human Development Report 2003)

In 2006 wordt het Wereld Sociaal Forum gedecentraliseerd georganiseerd, op drie plaatsen in elk van de continenten in het Zuiden. Voor deze “policentrische” formule van het WSF viel voor Azië de keuze op Karachi in Pakistan. Het was de oorspronkelijke bedoeling om de drie evenementen (voor Afrika is het Malinese Bamako uitgekozen, voor Latijns Amerika het Venezolaanse Carácas) gelijktijdig te laten verlopen eind januari, een datum die samenvalt met het jaarlijkse Wereld Economisch Forum in Davos. Maar omwille van de aardbeving, die van de organiserende NGO's in Pakistan heel wat energie heeft gevraagd, werd voor Karachi de datum naar maart 2006 verschoven.

Hoe is het gesteld met de civiele maatschappij in het organiserende land van de Aziatische uitgave van het WSF? Wat zijn de uitdagingen voor het middenveld, en hoe is het gestructureerd om hier een antwoord aan te bieden?

 

Uit alle rapporten blijkt dat Pakistan te kampen heeft met een reeks ernstige maatschappelijke problemen:

  • Rol van de vrouw: in deze islamitische staat krijgen vrouwen veel minder kansen in het onderwijs, worden hun economische inspanningen veel minder beloond dan die van mannen, en hebben ze een heel zwakke politieke vertegenwoordiging. Toch is hun betere participatie strikt noodzakelijk om de armoedecrisis in Pakistan te helpen overwinnen.
  • Kinderarbeid: is in Pakistan een zeer groot probleem. Ondanks het bestaan van een wetgeving uit 1934 en 1989 worden grote groepen kinderen uit arme gezinnen tewerkgesteld in erg risicovolle industrieën. Gesubsidieerde programma's om de ouders van die kinderen aan het werk te zetten, zodat de kinderen naar school kunnen, worden vandaag op een te beperkte schaal uitgevoerd: jaarlijks vinden honderden kinderen de dood in onveilige fabrieken.
  • Organiseren van boeren tegen feodale systemen van grondbezit en woekerleningen. Zolang op lokaal vlak arme boerengezinnen worden uitgebuit en geen zeggenschap krijgen, kan de armoede er niet efficiënt worden bestreden.

 

Het Pakistaanse HDI-verslag van 2003 wijdt een tweetal hoofdstukken aan het fenomeen van de NGO-werking in Pakistan. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen

  • Enerzijds een beperkte groep van in de stad gebaseerde groeperingen die werken rond mensenrechtenzaken. Eén van de belangrijkste, de Commissie Mensenrechten Pakistan, werd in 1998 voor haar uitstekend werk over het hele grondgebied van Pakistan beloond met de Koning Boudewijnprijs voor Ontwikkelingswerk.
  • Anderzijds een grotere groep NGO's die bij het falen van de staat een aantal opdrachten van deze laatste overnemen, als bijdrage om de economie vooruit te helpen. Daarbij zetten de meeste NGO's zich actief in voor economische activiteiten op het platteland. Een belangrijke rol lijkt weggelegd voor het organiseren van systemen van microkrediet, maar ook voor het toeleveren van landbouwinputs en het mee organiseren van de vermarkting. Het rapport stelt vast dat deze dienstverlenende functie vandaag nog erg beperkt is. Ter illustratie: minder dan 1 % van de plattelandsbevolking wordt op die manier bereikt voor het verlenen van kredieten.

Maar het Pakistaanse middenveld heeft een veel belangrijker rol te spelen dan het opvullen van lacunes van de overheid. Ze zouden in een erg gesloten politiek systeem mee kunnen helpen om organisaties van arme boerengezinnen, van vrouwen tot stand te brengen. Deze zouden dan lokaal en nationaal een stem kunnen krijgen in de discussie over hoe ontwikkeling vorm moet krijgen.

Een lichtpunt binnen dit zwakke middenveld is het bestaan van een stevige vakbeweging die zich inschrijft in de internationale vakbondskoepels, en mede door onze lid-NGO Wereldsolidariteit wordt ondersteund.

 

Geopolitiek: Met Osama Bin Laden in de buurt – stevig bolwerk tegen terrorisme, met Amerikaanse steun.

(Bronnen: The World Guide – a view from the South – 2005/2006, Amnesty International report 2004)

Sinds oktober 1999 kwam de huidige militaire leider Musharraf aan de macht, en installeerde een militaire dictatuur. Pakistan is een nucleaire macht, waarbij de macht bij het leger ligt. Op lokaal vlak hebben de politieke partijen hun macht moeten afstaan aan de feodale leiders, waardoor de democratische rechten sterk zijn uitgehold.

Na de aanslagen van 11 september 2001 werd Pakistan een belangrijke speler in het antiterrorisme. Het werd een uitvalsbasis voor de Amerikaanse aanvallen op Afghanistan. Amerika verklaarde dat het de boycot tegen Pakistan, ingesteld na de nucleaire testen in 1998, zou opgeven. Vandaag is Pakistan na de NATO de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme. Deze twijfelachtige eer heeft ook zo zijn gevolgen op de binnenlandse situatie op vlak van mensenrechten: in zijn jaarrapport signaleert AI grote problemen op vlak van arbitraire aanhoudingen, standrechterlijke executies, verdwijningen, en dit vooral in gebieden van tribale minderheden.

Onder druk van de Amerikanen heeft Pakistan zijn nucleaire ambities sterk gemilderd. Eén van de leidende kernwetenschappers gaf openlijk toe dat er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van kernwapens, maar de president haastte zich om te zeggen dat Pakistan geen oorlog wil, en zich enkel zal verdedigen als het wordt aangevallen.

Reeds vele jaren woedt het grensgeschil met India over Kasjmir, waarbij de Pakistaanse regering pleit voor een referendum onder Kasjimiri om na te gaan of ze onafhankelijkheid willen. Terwijl eind de jaren negentig beide landen de spanning opdreven via nucleaire testen, is met de steun van de VS aan Pakistan in de oorlog tegen het terrorisme de spanning een stuk afgenomen. En net zoals Tsunami een rol heeft gespeeld in de conflicten in Aceh en Sri Lanka, lijkt ook hier de natuurramp een katalysator-rol te vervullen om de partijen in het conflict een stuk dichter bij mekaar te brengen. 

 

11.11.11, december 2005 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel