Pakistan laat hindoes aan hun lot over na watersnood

De hevige moessonregens van de voorbije maand hebben lelijk huisgehouden in de Pakistaanse provincie Sindh. De hulpverlening komt op gang, maar gaat voorbij aan de vele hindoes uit lagere kasten.

Met enkel hun kleren op de rug waden de 68-jarige Moora Sanafdhano en zijn familie door hun dorp Allah Ditto Leghari. Het water reikt tot aan hun middel. "We hebben gehoord dat het water tot bijna 3 meter is gestegen", verklaart Sanafdhano. Ze zijn dan wel gered, maar dat betekent niet dat de levens van deze gemarginaliseerde hindoes buiten gevaar is. De tijdelijke opvangplaatsen in scholen blijven voor hen afgesloten, en de hulpgoederen die voor hen bestemd zijn worden door anderen gekaapt.

Kasteloze hindoes

Het dorp van Sanafdhano ligt op ongeveer 90 km van de stad Badin. Er leven vooral kasteloze hindoes die meestal pachter zijn van rijke islamitische grondbezitters. Het systeem is zodanig in het voordeel van de grondbezitters dat het neerkomt op dwangarbeid. Sanafdhano zegt dat hij zijn landeigenaar ongeveer 50.000 Pakistaanse roepie (416 euro) moet en dat hij machteloos staat tegenover rampen als de huidige overstromingen.

Volgens de Pakistaanse Nationale Beheersautoriteit hebben de abnormaal hevige moessonregens in augustus en september 7 van de 23 districten in Sindh zwaar geteisterd. Het dodental staat op 342. Ongeveer 1,2 miljoen huizen en 7000 vierkante kilometer landbouwgrond werden vernield. Het zwaarst getroffen district Badin telt 1,8 miljoen inwoners, van wie 1,6 miljoen rechtstreeks door de watersnood geraakt zijn. Zo'n 20 procent van de slachtoffers zijn kasteloze hindoes.

Discriminatie

Functionarissen ontkennen dat hindoes worden gediscrimineerd bij de hulpverlening. "Rampen houden geen rekening met kasten of religie", zegt Dadlo Zuhrani, adjunct van de districtbeheerder in Badin. "Hulpverlening spitst zich toe op gebieden, niet op gemeenschappen." Maar op het terrein zien mensen als Sanafdhano de hulp van de regering en agentschappen aan hun neus voorbijgaan.

Ongeschreven kastenwetten verhinderen dat de hulpgoederen diegene bereiken die ze het meest nodig hebben. "Hindoes zullen nooit van dezelfde bron drinken of van hetzelfde bord eten", legt een lokale schoolmeester, Jewat Ram, uit. "Omgekeerd zullen moslims op een hindoehuwelijksfeest nooit mee-eten. Het is een algemeen aanvaard gebruik, dat geleidelijk aan het veranderen is."

Ram was getuige van een verontrustend tafereel. "De school waar ik lesgeef werd omgevormd tot een kamp voor de slachtoffers van de overstromingen, maar drie hindoefamilies van de Kohli-kaste die hier onderdak zochten, werden geweigerd. Toen de families aandrongen, begon iemand uit de ontheemde moslimgemeenschap te urineren in het zicht van de Kohli-vrouwen, zodat ze geen andere keuze hadden dan opnieuw te vertrekken. Ze behandelen hun honden beter dat ons, mensen", vertelt een woedende Ram.

Moolchand Sakromal, regeringsfunctionaris en hindoe, die onderdak zocht voor Kohli's, noemt de kasteloze hindoes waarschijnlijk "de meest verwaarloosde" minderheid van Pakistan.

Tenten langs de weg

Het bestuur van Badin heeft 278 kampen opgericht in openbare scholen en andere regeringsgebouwen, goed voor de opvang van 81.000 ontheemden. Voor de hindoes is er niets gedaan. Veel van de kasteloze ontheemden kamperen waar ze kunnen langs de kant van de weg in zelfgemaakte tenten. Zelfs liefdadigheidsinstellingen geven liever aan ontheemde moslims dan aan hindoes.

Materiaal dat aan de hindoes werd geschonken, heeft hen nooit bereikt. Een week geleden stuurde de ngo Pakistan Fisherfolk Forum (PFF) twee vrachtwagens met goederen voor tweehonderd hindoefamilies in een kamp in Golarchi. Maar moslims hebben de lading onderschept.

Volgens Jabbar Habibiani, een politicus van de nieuwe Awami Jamhoori-partij, is er massale corruptie bij de verdeling van hulpgoederen waarbij politieke voorkeur de prioriteit krijgt boven de eigenlijke noden.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel