'Papaverteelt in Birma veel groter dan gedacht'

Dertig vrouwen van de Palaungminderheid in Birma hebben een vernietigend rapport over de papaverteelt in het noordoosten van hun land samengesteld. Twee jaar lang verzamelden de vrouwen informatie over de illegale teelt die de grondstof levert voor heroïne. Ze bleven grotendeels onopgemerkt omdat de autoriteiten geen oog hadden voor hen.

Het rapport, Vergiftigde Heuvels, werd vorige week gepubliceerd door de Vrouwenorganisatie van de Palaung. Volgens het rapport is de oppervlakte van de papavervelden rond de plaatsen Namkham en Mantong bijna vervijfvoudigd tussen 2006 en 2009. Vorig jaar zou er op meer dan 4500 hectare papaver geteeld zijn.

Onrustwekkend

Dat is onrustwekkend in vergelijking met de schattingen van de experts van het VN-drugsagentschap UNODC. Het UNODC stelde in december dat de oppervlakte papavervelden in Birma sinds 2008 maar met 11 procent is toegenomen. Sinds 2006 zou de toename ongeveer 50 procent bedragen. De VN-instelling heeft het wel over heel het land. In heel Birma zouden vorig jaar 31.700 hectare met papaver zijn bezaaid. Meer dan een miljoen Birmezen verdienen er volgens het UNODC hun brood mee.

De resultaten gaan ook in tegen de stelling van de Birmese autoriteiten dat de drugsteelt vooral floreert in gebieden waar rebellengroepen sterk staan. Namkhan en Mantong worden volgens het rapport "volledig gecontroleerd" door het Birmese regime. Het leger en de politie zijn er present, en er zijn ook regeringsgetrouwe dorpsmilities.

De vrouwen die meewerkten aan het rapport, namen grote risico's. De Birmese junta is bikkelhard voor tegenstanders. Maar de vrouwen deden mee omdat ze zwaar te lijden hebben door de drugsverslaving van hun echtgenoten en zonen. Verslaafde mannen proberen hun vrouwen vaak met geweld geld afhandig te maken voor hun volgende dosis. Zelf verdienen de vrouwen heel weinig in de theeplantages waar ze werken.

Gouden Driehoek

De Palaungminderheid leeft in het noordoosten van Birma, bij de grens met China. Birma telt een 130-tal etnische minderheden. De meeste groepen leven op gespannen voet met het militaire regime. Verscheidene rebellengroepen vochten of vechten nog altijd voor meer autonomie.

Het noordoosten van Birma maakt deel uit van de 'gouden driehoek', een gebied dat ook delen van Thailand en Laos omvat en in de jaren negentig het belangrijkste teeltgebied van papaver was. Rebellengroepen die vroeger profiteerden van de drugshandel, begonnen op te treden tegen de drugsteelt om meer internationale steun te verwerven. Vanaf 2000 begon ook het Birmese regime meer in te gaan tegen de papaverteelt. Het kreeg lof van de internationale gemeenschap voor de vooruitgang die de jaren daarna werd geboekt. 

Het rapport van de Palaungvrouwen maakt duidelijk dat berichten over die vooruitgang soms met een flinke schep zout moeten worden genomen. De VN "gaan te veel uit van de officiële informatie die ze van de junta krijgen", zegt Khuensai Jaiyen, de hoofdredacteur van een website van de Shanminderheid die in Thailand wordt gemaakt. "Ze moeten samenwerken met plaatselijke minderheden om een beter beeld te krijgen."

BRON:
IPS

Deel dit artikel