Relaties tussen Senegal en Gambia in troebel water

De spanning tussen de West-Afrikaanse buurlanden Senegal en Gambia loopt gestaag op de jongste maanden. De Gambiaanse krant The Observer lanceerde vorige week een openlijke aanval op de buitenlandpolitiek van Dakar. De openingszin van het stuk zet alvast de situatie op scherp: “The ugly face of Senegalese jealousy has  once again been raised over the fence of its border with  its immediate neighbour, The Gambia.”, zo meldde The Observer op 17 mei jongstleden. Verder doet de Gambiaanse krant ook het gruwelijke relaas over de marteling van een man die verdacht wordt van betrokkenheid bij de staatsgreep vorig jaar. Gambia verdenkt Dakar van inmenging in de mislukte coup.

 


Het kleine Gambia wordt volledig omsloten door Senegal, en is economisch dus erg afhankelijk van de grote buur. Een conflict met Senegal kan rampzalige gevolgen hebben voor de Gambiaanse bevolking. De koloniale grens tussen Gambia en Senegal verdeelt verschillende bevolkingsgroepen over twee aparte landen. Als Senegalezen en Gambianen de grens oversteken, zeggen ze in het Wolof: “Gambia ak Senegal; Mbèna rek!”, oftewel: Gambia en Senegal zijn één!.  In de media en in politieke kringen is tegenwoordig  weinig sprake van eenheid.

 

 

Mislukte staatsgreep

 

The Observer beweert over bronnen te beschikken die aantonen dat de Senegalese regering een groep Gambiaanse dissidenten de hand boven het hoofd houdt. In het artikel prijkt een lijst met namen van Gambianen die meewerkten aan de mislukte staatsgreep. Opmerkelijk, want The Observer is een overheidsgezind dagblad. De onafhankelijke, kritische krant The Independent werd ondertussen opgedoekt.

 

Een vermeende couppleger vertelt in The Observer hoe hij ’s nachts van zijn bed gelicht werd door de Gambiaanse NIA (National Intelligence Agency). De man kreeg enkele slagen te verwerken, en kreeg een zak over het hoofd getrokken. De NIA duwde hem in een auto en bracht hem naar het bureau van de geheime dienst. Daar werd hij opgewacht door enkele mannen in zwart uniform. Die bewerkten hun slachtoffer met rubberen zwepen. In zijn neusgaten doofden ze sigaretten. Vervolgens werd hij naar een achterkamertje gebracht, waar hij opnieuw een plastic zak over het hoofd kreeg. Toen begon men opnieuw te slaan. Ze dwongen de man om zijn voet op een blok hout te plaatsen, en vervolgens bewerkten ze zijn tenen met een hamer. Na de folteringen werd hem gevraagd een papier te ondertekenen, hetgeen hij weigerde. Als represaille werden zijn vingers doorboord met een mes. Wat er precies met de andere ‘verraders van de staat’ gebeurde, zal allicht nooit aan het licht komen.   

 

Gambia verdenkt Senegal ervan dat ze de staatsgreep mee organiseerde. De Gambiaanse president Yaya Jammeh is – zacht uitgedrukt – niet erg geliefd in Dakar. Yammeh is namelijk van de Djola-etnie, en hij wordt hij ervan verdacht de rebellen in Zuid-Senegal – eveneens Djola-gebied – te ondersteunen.  Sommigen beweren dat Yaya Jammeh beschikt over een privé-leger, samengesteld uit Djola-rebellen. De Gambiaanse president en de rebellen zouden een akkoord tot wederzijdse bescherming hebben. 

 

 

Stijgende spanning

 

In 2004 laaide de spanning tussen Senegal en Gambia al eens hoog op. Senegal sloot unilateraal de grenzen tussen Gambia en Senegal.  De officiële reden was de prijsstijging van de ferry over de Gambia-rivier. Gedurende drie maand was Gambia compleet van de buitenwereld afgesneden. Gambiaanse vrachtladingen met vis, bestemd voor de export, stonden te rotten aan de grens. Cement en gas – twee klassieke importgoederen vanuit Senegal – werden plots schaarse en dure producten. Naar verluidt was er rond diezelfde periode een mobilisatie van het Senegalese leger aan de grens met Gambia. Naar aanleiding van deze troepenconcentratie observeerden waarnemers ook een mobilisatie van Yaya Jammeh’s privé-rebellenleger. De Gambiaanse overheid ontkent dit gerucht, maar in Senegal wordt nauwelijks getwijfeld aan het waarheidsgehalte van het bericht.

 

Olie op het vuur

 

Sindsdien 2004 raakten de relaties tussen Gambia en Senegal niet meer ontdooid. Integendeel zelfs. Naar aanleiding van de recente inwijding van een tweede ambtstermijn voor de Senegalese president Wade, stuurde Jammeh zijn kat. In de Gambiaanse media wordt Senegal afgeschilderd als een imperialistische, paternalistische agressor die het niet kan hebben dat Gambia een onafhankelijke politiek uitwerkt. Een nieuw incident gooide onlangs nog meer olie op het vuur. Vijf (gewapende) Senegalese douaneofficieren werden onderschept in Gambiaanse territoriale wateren. De vijf werden veroordeeld tot anderhalf jaar dwangarbeid, maar kregen even later gratie van de Gambiaanse president. Een welwillend gebaar naar de Senegalese overheid, zo omschrijft de Gambiaanse regering de vrijlating van de officieren. Maar die welwillendheid, zo meldt een editoriaal in The Observer, is niet onuitputtelijk. De diplomatieke rel begon met een aanval op Gambiaanse voetbalsupporters in 2002. Vervolgens was er de sluiting van de grenzen in 2004. Ook de rel met de douaneofficieren en de openlijke, Senegalese steunbetuiging aan de coupplegers in Gambia, zorgen ervoor dat het geduld stilaan opraakt  in Gambia. In een dergelijke, gespannen situatie kan de vlam makkelijk in de pan slaan.

Het editoriaal in The Observer vervolgt: 'De afgelopen tien jaar leverde Gambia heel wat inspanningen om de relaties met Senegal te normaliseren. De administratie in Dakar onthaalde die vriendschappelijke gebaren met minachting. Er zijn verschillende incidenten met Senegal die het principe van wederzijdse tegemoetkoming ernstig hypothekeren. Dakar meet zich een houding aan van ‘bully-boy’ en regionale supermacht. Dat doet men onder onder het mom van ‘gendarme van de regio’. Het stuk in The Observer eindigt met een oproep: ‘We call on the international community to take note that these are our concerns.’

Ook in Dakar heeft men het bewuste artikel ongetwijfeld met aandacht gelezen. De Gambiaanse president Yaya Jammeh staat sowieso niet meteen bekend om zijn diplomatieke aanpak. Ook zijn bewering dat hij – met behulp van (boven)natuurlijke krachten – AIDS en astma kan genezen, deden zijn politieke geloofwaardigheid in het buitenland weinig goed.

 

Bart Casier (Regionaal Coördinator West-Afrika)

 

www.bevrijdewereld.be

 

Solidagro DOOR:

Deel dit artikel