Rwanda, land met 2 gezichten. Impressies van een bezoek

Kigali
Rwanda is niet zwart en niet wit, het heeft twee gezichten. Dat van de autoritaire staat met een slecht mensenrechtenpalmares. En dat van ontwikkelingskampioen, waar sinds de genocide heel wat mensen uit de armoede zijn gehaald.

In oktober was Thijs Van Laer, 11.11.11-beleidsmedewerker op werkbezoek in Rwanda. Hij zag er hoe de overheid economische en sociale resultaten boekt maar ook veel uitdagingen kent op vlak van de mensenrechten. Zijn impressies.

Je merkt het direct als je van het vliegtuig stapt en Kigali doorkruist: Rwanda beweegt. Nieuwe gebouwen rijzen als paddenstoelen uit de grond, de ene na de andere internationale karavaan passeert om te vergaderen in een van de conferentiecentra die Kigali rijk is.

Ook 'voluntourists', al dan niet religieus geïnspireerd, hebben Rwanda geruime tijd geleden ontdekt. Het loopt hier vol groepjes jonge Amerikanen die een handje gaan helpen in een of ander weeshuis en om het luidst 'Africa is amazing' schreeuwen.

De Rwandese overheid, onder leiding van president Kagame, heeft een duidelijke visie op de ontwikkeling van het land: Rwanda moet het Singapore van Oost-Afrika worden.

Donoren staan in de rij om in Rwanda te investeren. Hier haal je immers resultaat en is de (zichtbare) corruptie tot een minimum beperkt. De economische groei heeft wat geleden toen een vijftal westerse landen hun ontwikkelingshulp schrapten omdat Rwanda de Congolese rebellengroep M23 steunde. Maar het palmares van Rwanda blijft indrukwekkend en ook de modale Rwandees plukt hiervan de vruchten.

De Rwandese overheid, onder leiding van president Kagame, heeft een duidelijke visie op de ontwikkeling van het land: Rwanda moet het Singapore van Oost-Afrika worden, m.a.w. een financiële draaischijf met een sterke dienstensector.

Verregaande contracten

Maar er is de bekende keerzijde. Wolkenkrabbers worden neergepoot waar ooit woonwijken stonden. De oorspronkelijke bewoners kregen dan wel compensatie, maar ze wonen nu een eind buiten Kigali, ver van hun werk en hun vroegere wijk.

De overheid zet sterk in op ICT en financiële diensten, maar meer dan 80% van de Rwandezen werkt nog altijd in de landbouw en is zeker niet opgeleid om de switch te maken naar een moderne dienstensector. Vele gewone Rwandezen kunnen de razendsnelle ontwikkelings- en moderniseringspolitiek van hun overheid maar moeilijk volgen.

Ambtenaren en landbouwers staan onder constante stress om te produceren, de een door 'performantiecontracten', de ander door een beleid dat productie en efficiëntie boven voedselzekerheid en gelijkheid plaatst.

Niets mis met aandacht voor resultaten, maar het gaat toch wat ver. Zo ver dat zelfs op het niveau van het huishouden een contract bepaalt wat de pater familias moet verwezenlijken en welk soort job hij moet zoeken. Ambtenaren van de lokale overheid komen nu en dan eens langs om te horen of die contracten wel gerespecteerd worden.


Thijs in gesprek met een medewerker van een mensenrechtenorganisatie

 

Voorzichtig kritisch

Dit op resultaat gerichte overheidsmodel kent bovendien grote uitdagingen op vlak van de mensenrechten. Een andere mening dan de 'mainstream' wordt niet getolereerd, waardoor het erg moeilijk werken is voor het Rwandese middenveld.

Tijdens mijn werkbezoek aan Rwanda zat ik uiteraard ook samen met de middenveldorganisaties waarmee 11.11.11 samenwerkt. Zo steunen we onder meer een groep journalisten die, ondanks de beperkte ruimte, toch proberen te rapporteren over thema's die mogelijk gevoelig liggen, door zich te professionaliseren en samen te werken met verschillende media, lokale overheden en het middenveld.

De directeur van de mensenrechtenorganisatie waar we mee samenwerken is erg kritisch voor het regime wanneer we hem in zijn kantoor ontmoeten, maar in het publieke debat mengt hij zich zelden. Zijn familie zit vaak in het buitenland, want zelfs al schiet hij niet met scherp, toch lopen zijn vrijheid en zelfs zijn leven gevaar.

Zelfs op het niveau van het gezin bepaalt een 'performantiecontract' wat de pater familias moet verwezenlijken en welk soort job hij moet zoeken. Lokale ambtenaren komen nu en dan eens langs om te zien of die contracten wel gerespecteerd worden.

Wanneer ik een vergadering tussen boeren en vertegenwoordigers van de lokale overheid bijwoon die de bevolking meer wil betrekken bij het beleid, blijft iedereen wat op de vlakte. Achteraf fluistert een van de deelnemers me toe dat het allemaal geen rozengeur en maneschijn is. Het is, zegt hij, niet evident voor de deelnemers om hun mening te geven over wat er fout loopt. Geen wonder als je ziet dat er ook enkele groene uniformen van lokale veiligheidsdiensten aanwezig zijn in de vergaderruimte.

Onverwerkt verleden

Het Rwandese middenveld heeft redenen genoeg om niet voor polemiek te kiezen, maar voor de weg van de geleidelijkheid. Is dat frustrerend voor een buitenstaander als ik die door al de mensenrechtenrapporten te lezen ook de donkere kant van Rwanda kent? Soms wel. Maar is het nodig om nog meer martelaars te hebben, zoals een journalist me terecht de vraag stelde? Er zijn al genoeg mensenrechtenactivisten, journalisten of oppositieleden in de gevangenis of vermoord.

Google maar eens op namen als Victoire Ingabire, Gustave Makonene of Charles Ingabire. Ik merk dat ik mezelf in gesprekken met de nationale autoriteiten ook heel wat zelfcensuur opleg en meer vragen stel dan mijn mening geef. Vaak onbewust probeer ook ik polemiek te vermijden.

 

 

The untold story

Polemiek is er wel over 'Rwanda's untold story', de documentaire van BBC Two die enkele dagen voor ik naar Kigali vertrok in de ether kwam. De documentaire plaatst heel wat vraagtekens bij de rol van het Rwandees Patriottisch Front (RPF), de toenmalige rebellenbeweging en huidige oppermachtige partij van president Paul Kagame, tijdens en na de genocide van 1994.

De eerste dag dat ik de New Times, de bekendste Engelstalige krant in Rwanda, opensla - altijd goed voor een diepe frons van mijn wenkbrauwen- staat op de voorpagina een open brief van de organisatie van overlevers van de genocide. Zij zijn geschokt over de inhoud van de documentaire.

Je kunt je vragen stellen, zowel bij de inhoud van de documentaire als over de onafhankelijkheid van de organisaties de erop reageren, maar één ding is duidelijk: 20 jaar na de genocide is er nog heel wat onverwerkt verleden en bestaat er over heel wat feiten nog geen consensus.

Als ik de brokstukken bezoek van het vliegtuig waarin toenmalig president Habyarimana om het leven kwam, vraag ik aan onze gids wie verantwoordelijk was voor het neerschieten ervan, een belangrijke trigger voor de genocide. Hij antwoordt wijselijk dat dat niet geweten is. Er zijn verschillende versies, maar zeker geen eensgezindheid.

'Rwanda lover' of 'Rwanda basher'?

Consensus is dan ook een woord dat je moeilijk met Rwanda kan verbinden. Niet in het land zelf, hoewel het officiële discours je van het tegendeel probeert te overtuigen. Maar ook niet bij al wie met Rwanda bezig is in dat veelkoppige monster dat de 'internationale gemeenschap' heet.

Iemand vroeg me ooit of ik een 'Rwanda lover' of een 'Rwanda basher' ben. Een vreemde vraag. Natuurlijk wil ik het beste voor Rwanda. Maar ik geloof niet dat al wie het Rwandese regime bekritiseert omwille van zijn gebrekkige mensenrechtenconto of de vervalste verkiezingen, per definitie een Rwanda hater is. En al evenmin dat de Bill Clintons en Tony Blairs van deze wereld 'Rwanda lovers' zijn omdat ze zoete broodjes bakken met Paul Kagame. Al moet ik toegeven dat het ook niet makkelijk is om een genuanceerde en evenwichtige mening over Rwanda te vormen.

Ook bij de ambassades waar ik contact mee had merk je de vertwijfeling. We halen hier met de Rwandese overheid aan het stuur toch goede resultaten? En sociale en economische rechten, zoals onderwijs en gezondheid, zijn toch even belangrijk als het recht op vrijheid van meningsuiting of politieke participatie?

Soms begrijp ik de twijfel, soms is het vooral een cover-up om de relaties met Rwanda stabiel te houden, ons schuldgevoel over de genocide te koesteren en de molen van ontwikkelingsprojecten te laten doorlopen.

 

 

Niet zwart en niet wit

Wanneer ik bij een westerse diplomaat de cases van een aantal journalisten aankaart die achter de tralies zijn gestoken omwille van hun kritische artikels, krijg ik het danig op mijn heupen als hij vraagt "of ik dan een nieuwe Radio Milles Collines wil", de radio die Tutsi's met kakkerlakken vergeleek en zo de genocide aanwakkerde. Of nog: "we kunnen onze westerse democratie toch niet zomaar inplanten in de Rwandese context?". Spreekt voor zich, maar ook in Rwanda moet het politiek systeem gebaseerd zijn op universele mensenrechten, zoals  politieke participatie. Zwart-witdenken, het is in en over Rwanda niet vreemd.

Rwanda is niet zwart en niet wit, maar het heeft wel twee gezichten. Dat van de autoritaire staat met een slecht mensenrechtenpalmares. En dat van ontwikkelingskampioen, waar sinds de genocide heel wat mensen uit de armoede zijn gehaald. Die twee gezichten moet je erkennen, maar het ene mag nooit het andere maskeren. Dat laatste is al te vaak gebeurd en heeft er mee voor gezorgd dat Rwanda vandaag is wat het is.

Deel dit artikel