Salvadoraanse landbouw vreest genadeslag

Nieuwjaar is geen reden tot feestvieren voor de meeste Salvadoraanse boeren. Maïsproducenten en veetelers zijn bang helemaal uit de markt te worden geconcurreerd als het vrijhandelsverdrag tussen de VS en hun land in maart in werking treedt.


De Salvadoraanse landbouw is nu al zwaar ziek. "De sector is de afgelopen vijftien jaar kapot gemaakt door de privatisering van het bankwezen, het opengooien van de economie en een beleid dat inging tegen de belangen van de boeren", oordeelt Mateo Rendón, de directeur van de Salvadoraanse Federatie van Coöperaties van de Landhervorming (Fesacora).

Voor de burgeroorlog die van 1980 tot 1992 duurde, had El Salvador een sterke exportlandbouw die het geld liet binnenstromen en goed was voor honderdduizenden arbeidsplaatsen. Koffie was het belangrijkste exportproduct. Maar in de jaren tachtig maaiden de vijandelijkheden tussen het leger, rechtse doodseskaders en linkse rebellen op het platteland bijna 70.000 mensen weg. El Salvador leed door de burgeroorlog ook een economisch verlies van meer dan een miljard euro.

Voor de rest zorgde de politiek. De rechtse regering die in 1989 aan de macht kwam, maakte een einde aan de landherverdeling ten voordele van arme boeren waarmee de voorafgaande christen-democratische regering tijdens de burgeroorlog was begonnen. Ook de nationalisering van het bankwezen en de buitenlandse handel werden teruggeschroefd.

El Salvador koos voor liberalisering, wat de bankwereld en de dienstensector deed opbloeien, maar de meerderheid van kleine boeren in het land in moeilijkheden bracht. Leningen werden veel duurder en kleine boeren kregen geen voet meer tussen de deur bij de banken.

Volgens Rendón was ook de invoering van de Amerikaanse dollar als nationale munt dodelijk. Ingevoerde meststoffen werden duurder, terwijl de regering de prijs van maïs - het belangrijkste landbouwproduct - op een laag niveau bevroor. Dat effect viel samen met een golf van goedkope importproducten - veelal Amerikaanse levensmiddelen waarvan de producenten fors gesubsidieerd worden.

Die producten zullen nog veel makkelijker El Salvador binnen kunnen als het vrijhandelsakkoord in werking treedt dat de VS afsloot met El Salvador, vier andere Midden-Amerikaanse landen en de Dominicaanse Republiek. Critici zeggen dat slechts een beperkte groep van Salvadoranen beter wordt van dat verdrag.

Kleine boeren begonnen de laatste jaren al massaal hun akkers te verkopen. Werkloosheid, armoede, misdaad en emigratie zijn het gevolg. Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) komt van elke 100 dollar die het land binnenkrijgt, nu 71 dollar van uitwijkelingen die geld naar huis sturen. Traditionele landbouwgewassen brengen nog maar 6 dollar in het laatje. In 1978 waren ze nog goed voor 80 procent van de exportinkomsten. IPS (PD/JS)

Deel dit artikel