Superbanenplan krijgt geen prioriteit

Na twee vette jaren zal de Indiase economie in 2006 waarschijnlijk nog eens met acht procent groeien. Veel Indiase ondernemers vreesden dat de regering te veel zou investeren in sociale uitgaven, en met name in een superbanenplan. Maar in de begroting die minister van Financiën Palaniappan Chidambaram vandaag (28 februari) voorstelde, komt het banenplan niet als prioriteit naar voren.


India zou dit jaar een begroting 'voor de gewone man' krijgen, had de regering van premier Manmohan Singh beloofd. En inderdaad: de uitgaven voor onderwijs zullen dit jaar met 31,5 procent stijgen, en die voor gezondheidszorg met 22 procent. Maar voor de Indiase ondernemers is er ook heel wat lekkers. Een hele reeks infrastructuurprojecten moet India betere havens, wegen en elektriciteitscentrales geven. Voor infrastructuurwerken op het achtergebleven platteland trekt de regering 187 miljard roepie (3,4 miljard euro) uit.

De Indiase minderheidsregering kan maar overleven met de steun van de Indiase communisten in het parlement. Die dringen aan op de uitvoering van het minimumprogramma dat ze tijdens de regeringsvorming in juni 2004 samen met de regeringspartijen opstelden. Volgens dat programma moet de overheid meer gaan uitgeven aan gezondheidszorg en basisonderwijs en ook de bittere armoede en de werkloosheid in het land aanpakken.

Tegen de armoede schreven de auteurs een paardenmiddel voor. Uit de 60 miljoen gezinnen op het platteland moet telkens één gezinslid minstens 100 dagen werk per jaar krijgen, tegen een minimumloon van 60 roepie (minder dan 1,25 euro) per dag. De massa goedkope arbeiders zal onder meer wegen bouwen, kanalen aanleggen en kleine dammen en waterreservoirs bouwen. Op plaatsen waar er niet genoeg werk is, zal de overheid werkloosheidsvergoedingen verstrekken.

Het National Rural Employment Guarantee Scheme komt tegemoet aan een enorme nood. Op het Indiase platteland leven bijna 700 miljoen mensen, en het merendeel daarvan is straatarm en niet sociaal verzekerd. Meer dan 300 miljoen Indiërs verdienen zelfs geen dollar per dag.

Het is nu of nooit voor zo'n initiatief, vinden de communisten. Nog maar één keer eerder in de Indiase geschiedenis kon het land voor het derde jaar op een rij een groeicijfer van 7 procent of meer doen optekenen. De groeispurt van midden de jaren 90 werd gevolgd door een periode van afkoeling, maar nu zijn de vooruitzichten veel beter. De Indiase ondernemers blikken de toekomst vol optimisme tegemoet, en de beurskoersen breken alle records, een gevolg van de instroom van buitenlands kapitaal. Maar de Indiase ondernemers vinden het banenplan geen prioriteit. Minister van Financiën Palaniappan Chidambaram moet 'het ingewikkelde belastingsysteem vereenvoudigen en onproductieve overheidsuitgaven wegsnijden', vindt Bibek Debroy, secretaris-generaal van de PHD Chamber of Commerce, een ondernemersverbond uit Noord-India.

De regering zelf lijkt ook op die lijn te zitten. India heeft een begroting nodig 'die in de eerste plaats de economische groei ondersteunt' en voor het overige de uitgaven in bedwang houdt', zegt de econoom Saumitra Chaudhuri, een lid van de economische adviesraad van premier Singh. India is een economische reus op lemen voeten, waarschuwt hij: de stroomproductie volgt het ritme van de economische groei niet, de snel toenemende olie-import wakkert de inflatie aan, en havens en luchthavens zijn hopeloos verouderd en te klein.

Maar voor hogere sociale uitgaven zijn ook goede argumenten te vinden. India verwaarloost zijn menselijk potentieel schromelijk. Eén op drie van de Indiërs kan niet lezen of schrijven; bijna de helft van de kinderen die aan de lagere school beginnen, geven er de brui aan voor ze tien jaar onderwijs achter de rug hebben.

Het evenwicht in de economie lijkt helemaal zoek: de dienstensector (die intussen goed is voor ongeveer de helft van het nationaal inkomen) en de nijverheid groeien razendsnel; de landbouw, nog altijd de grootste werkgever, blijft hopeloos achter. De rijke elite in de steden dringt aan op belastingverlagingen; op het platteland plegen kleine boeren zelfmoord omdat ze met hun magere oogsten onmogelijk de schulden kunnen afbetalen die ze bij woekeraars maakten. Gewone banken verlenen hun geen krediet. En zelfs een derde van de stedelingen leeft in armoede, zonder sociale zekerheid, proper drinkwater of sanitaire voorzieningen.

'Door die scheeftrekkingen helpt de snelle groei van het bruto binnenlands product nauwelijks de armoede en de ongelijkheid te verminderen', zegt de econoom Kamal Nayan Kabra, een voormalige professor aan het gerenommeerde Indian Institute of Public Administration. Volgens hem gaat de groei van de dienstensector ten koste van de landbouw en de productie van goedkope goederen die iedereen nodig heeft.

De druk van de communisten zorgt ervoor dat die bedenkingen ook doorklinken in de regering, al zweert die eigenlijk bij een beleid dat vooral de huidige groeisectoren verder stimuleert. Het superbanenplan werd begin deze maand gelanceerde in 200 van de armste en minst ontwikkelde districten. Binnen vier jaar zouden alle arme Indiërs op het platteland ervan moeten profiteren. Daarvoor moet de regering in de volgende begrotingen nog wel veel meer geld vrijmaken.

Of het banenplan echt werkt, valt nog af te wachten. Veel van het geld dat India de voorbije decennia in ontwikkelingsprogramma's pompte, ging verloren door corruptie. Subsidies komen ook vaak niet ten goede aan de allerarmste Indiërs. Een probleem is dat de corruptie en het wanbeheer het grootst zijn in de armste deelstaten, waar de bevolking de hulp het hardst nodig heeft.

Ook Kabra betwijfelt of het werkgelegenheidsprogramma de arme boeren op het platteland echt iets zal opleveren. 'Als tegelijk de productie van goedkope consumptieproducten niet wordt opgedreven, zal de inflatie het effect van de hogere gezinsinkomens op het platteland weer uitvlakken', waarschuwt hij. (PD/MM)

IPS DOOR:

Deel dit artikel