Verzoening tussen China en Japan groeit op begraafplaatsen

De 65-jarige Isamu Endo is trots op het kerkhof in Noord-China dat hij heeft helpen bouwen. Er rusten arme Chinezen die in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog de zorg over duizenden kinderen van gevluchte Japanse kolonisten op zich namen. Japanse vredesactivisten hopen dat de geschiedenis van de unieke begraafplaats Chinezen en Japanners weer dichter bij elkaar kan brengen.


Het kerkhof dat de Japanse oorlogswezen in Noord-China voor hun pleegouders bouwden, was tot hiertoe onbekend bij het grote publiek in Japan. Maar Japanse vredesactivisten zijn een campagne begonnen die van de begraafplaats een symbool moeten maken van de vriendschap die mogelijk is tussen Japan en China. De eerste stap moet van de Japanse regering komen, vinden de activisten: die moet de gruwelijke rol van het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog ten volle erkennen en zich verontschuldigen bij alle slachtoffers en hun verwanten in de buurlanden.
De relaties tussen China en Japan zijn dit jaar sterk verslechterd door een rel over nieuwe Japanse geschiedenisboeken waarin oorlogsmisdaden van het Japanse leger geminimaliseerd worden. Ook de herhaalde bezoeken van de Japanse premier Junichiro Koizumi aan het Yasukuni-schrijn draait het mes in de wonde van de Chinese nabestaanden. Op die gedenkplaats liggen onder meer Japanse oorlogsmisdadigers begraven.
Aandacht voor de begraafplaats in Noord-China kan misschien voor een tegengewicht zorgen. 'Een laatste rustplaats bouwen voor onze pleegouders was het minste dat we konden doen in ruil voor hun inzet', zegt Isamu Endo. Hij was zes toen zijn ouders stierven en hij alleen werd achtergelaten in het toenmalige Mantsjoerije, een Japanse kolonie in China. Toen de krijgstij in de Tweede Wereldoorlog keerde, gingen de Japanse kolonisten op de vlucht voor de oprukkende Chinese en Russische troepen.
Endo zegt dat hij nooit de goedheid van zijn Chinese pleegmoeder zal vergeten. Ze zorgde er zelfs voor dat hij, een kind van de vijand, school kon lopen. Dat was niet vanzelfsprekend. Japan koloniseerde Mantsjoerije in het begin van de twintigste eeuw. Het Japanse bezettingsleger bracht duizenden Chinese burgers om en richtte grootschalige plunderingen aan.
Endo vertrok later naar Japan, net als veel andere oorlogswezen. Maar hij wil het verleden niet vergeten. 'Zonder mijn Chinese pleegouders was ik nu niet meer in leven. Ze kunnen ons een belangrijke les leren. Misschien brengen ze Japan de waarde van berouw bij, de belangrijkste stap om vijandschap te overwinnen.'
Progressieve Japanse historici willen mee aan de kar trekken. Professor Shoko Sakabe van de universiteit van Shiga, een expert van de Japanse oorlogsgeschiedenis, heeft in het voormalige Mantsjoerije twee begraafplaatsen ontdekt waar Japanse burgers rusten. 'De begraafplaatsen werden na de oorlog aangelegd in Harbin, waar vroeger een belangrijke Japanse legerbasis was gevestigd. Veel arme Japanse boeren werden tijdens de kolonisatie aangemoedigd daar een nieuw leven te beginnen. Maar het Japanse leger liet hen in de steek na de nederlaag tegen de geallieerden.'
Officiële cijfers zijn nooit gepubliceerd, maar de vredesactivisten schatten dat er na het einde van de Tweede Wereldoorlog 20.000 Japanners achterbleven in Noord-China. Volgens Yoshihiro Ohrui, een woordvoerder van het onafhankelijke Japans-Chinese vriendschapscentrum, illustreert het feit dat China na alle wreedheden van de oorlog toch toeliet dat er begraafplaatsen voor Japanners kwamen, de grootmoedigheid van de Chinezen. (PD/MM)

Deel dit artikel