Vrede, veiligheid en samenwerking voor Oost-Congo?

 

PERSNOTA- 22 februari 2013



bukavu november 2011 036[Foto: Layla Aerts - Verkiezingen in Bukavu 2012]

Nu zondag 24 februari wordt in Addis Abeba (Ethiopië) een kaderakkoord voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de Democratische Republiek Congo en de regio
logo 11.11.11getekend door elf Afrikaanse landen.


ACHTERGROND



Het akkoord is onderhandeld door acht staten ? de Democratische Republiek Congo, Rwanda, Burundi, Angola, Oeganda, Congo-Brazzaville, Zuid-Afrika en Tanzania - en wordt mee ondertekend door de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), Mozambique en Zuid-Soedan. De Afrikaanse Unie (AU) en de Verenigde Naties tekenen als getuigen.

 

 

Achtergrond

Het idee om een kaderakkoord vast te leggen tussen de verschillende regionale spelers kwam voor het eerst op tafel na een bezoek van Susana Malcorra, een hoge medewerkster van Ban-Ki Moon in November 2012. Nadien werd in New York een document opgesteld en gedeeld met de staatshoofden.

Dit akkoord moest normaal gezien al ondertekend worden op de Afrikaanse Unie-top van 28 januari 2013 in Addis Abeba, maar de ceremonie werd uitgesteld. Officieel omwille van procedurele redenen, officieus door tegenkanting van de landen van de Southern African Development Community (SADC), met Zuid-Afrika op kop.

Deze landen waren er niet mee opgezet dat ze het finale akkoord pas korte tijd voor het moment van ondertekening konden inkijken. Ook de kwestie van de internationale neutrale troepenmacht (Force Internationale Neutre, FIN) zorgde voor onenigheid.

Terwijl de VN en andere leden van de internationale gemeenschap wilden dat deze troepenmacht geïntegreerd werd binnen VN-vredesmissie Monusco, prefereerden de SADC-landen, die de troepen voor die FIN zouden leveren, een autonome bevelsketen. Deze onenigheid lijkt momenteel achter de rug: de neutrale troepenmacht zal hoogst waarschijnlijk deel uitmaken van de Monusco-structuren.

Ban-Ki-Moon heeft op vrijdag 15 februari een uitnodiging naar de staatshoofden verstuurd. Alle uitgenodigde presidenten engageren zich om aanwezig te zijn of een vertegenwoordiger te sturen, bevoegd om het akkoord te ondertekenen.

Het pleidooi op 11 februari van Amerikaans staatssecretaris voor Afrikaanse zaken Johnnie Carson voor de ondertekening en de invoering van een neutrale troepenmacht binnen de Monusco-structuren heeft hier zeker aan bijgedragen.

 

 

Wat houdt het akkoord in?

Het voorliggend akkoord maakt gebruik van de betreurenswaardige 'window of opportunity', veroorzaakt door het hernieuwde geweld in Oost-Congo, met de val van Goma in november 2012 als culminatiepunt.

Hierdoor werd het mogelijk een akkoord op te stellen dat de grondoorzaken van het conflict aan wil pakken en een einde moet maken aan de cyclus van geweld. Het akkoord legt verbintenissen vast voor de Congolese regering, de landen van de regio en de internationale gemeenschap,
waaronder de volgende:

  • De Congolese regering moet werk maken van de hervorming van de veiligheidssector en haar overheidsapparaat, staatsautoriteit consolideren in het oosten en inzetten op decentralisatie en economisch ontwikkeling.
  • De landen van de regio verbinden zich eraan niet langer te interfereren in de Congolese aangelegenheden door het steunen van gewapende groepen en het herbergen van personen die internationale misdaden hebben begaan of onder het sanctieregime van de VN vallen.
  • De internationale gemeenschap moet haar engagement hernieuwen, een strategische review doen van de Monusco en een VN-speciale gezant aanduiden. Voor die laatste post doet de naam van Said Djinnit, de huidige speciale vertegenwoordiger voor West-Afrika, de ronde.


De verbintenissen voor de landen van de regio zullen opgevolgd worden door een regionaal toezichtmechanisme, bestaande uit de DRC, Rwanda en Oeganda en gefaciliteerd door de secretaris-generaal van de VN.

Aan het toezicht worden ook andere internationale processen en actoren gelinkt, men kijkt daarbij expliciet naar België en de EU. Ook zal de Congolese president een nationaal toezichtmechanisme op poten zetten die de nationale hervormingen overziet, hierbij gesteund door de internationale gemeenschap.

 

 

Wat is de positie van 11.11.11?

De ondertekening van het kaderakkoord is volgens 11.11.11 een stap in de goede richting voor  de terugkeer naar een stabiele situatie in Oost-Congo. Maar the proof of the pudding is in the eating: implementatie en follow-up van akkoorden is in de regio wel vaker een probleem.

Het is daarom te betreuren dat het voorziene internationale toezichtsorgaan uit een eerdere versie van het akkoord niet langer bestaat. De internationale gemeenschap, waaronder België, is er nu dan ook meer dan ooit bij gebaat aan hetzelfde zeel te trekken en een duidelijke en een uniforme dialoog aan te gaan met Congo en haar buurlanden.

Naast een internationaal proces moet er ook een geloofwaardig nationaal proces opgestart worden dat alle betrokken partijen bevat, met inbegrip van de Congolese civiele maatschappij die vandaag nauwelijks betrokken wordt. Zulk proces moet focussen op de acute situatie van gewapend conflict in het oosten, maar moet ook de systematische grondoorzaken van het conflict behandelen, zoals etniciteit en burgerschap, landrechten en economische onderontwikkeling.

De onderhandelingen tussen M23 en de Congolese regering in Kampala missen geloofwaardigheid en legitimiteit. De aanstelling van een speciale gezant van de VN, zoals voorgesteld in het kaderakkoord, zou alvast een stap in de goede richting zijn. Op voorwaarde dat deze beschikt over een stevig politiek profiel en een duidelijk mandaat om het nationale proces mee te begeleiden.

Het Congolese leger-, politie- en justitieapparaat kampt met ernstige tekortkomingen, met een algemene straffeloosheid en absolute fiasco's zoals de val van Goma tot gevolg. Een hernieuwd engagement van de Congolese overheid om aan de hervorming van de veiligheidssector (SSR) te werken, zoals ten dele vervat in het kaderakkoord, is meer dan welkom.

Het gebrek aan Congolees eigenaarschap en beperkte politieke wil zijn factoren waardoor de resultaten van deze hervorming uitermate beperkt zijn, maar ook het gebrek aan internationale coördinatie en de oeverloos technische aanpak van de donoren hebben hier aan bijgedragen.

Een meer expliciete politieke aanpak door België, dat nu een derde Congolees legerbataljon zou gaan opleiden en de EU, die met EUSEC en EUPOL twee SSR-missies heeft in de DRC, is daarom cruciaal: men moet meer nadruk leggen op duidelijke benchmarks en de rol van parlement en middenveld.

Ook moet de druk op buurlanden Rwanda en Oeganda hoog gehouden worden, opdat zij hun steun aan rebellenbewegingen in Oost-Congo zoals gedocumenteerd in het VN-expertenrapport stopzetten. En moeten manieren gevonden worden om het wederzijdse vertrouwen terug op te krikken.

Concrete regionale samenwerkingsprojecten, met politieke en financiële steun van België en de EU, rond energie, handel of natuurlijke rijkdommen, kunnen hierin bijdragen.

Meer info: Hendrik Van Poele, 0497/48.19.51


Meer info
:


 

Deel dit artikel