Vrouwen na de tsunami: de problemen zijn nog niet voorbij

Door Fatima Burnad

Eerst en vooral ons huldebetoon aan alle vrouwen en kinderen die het leven lieten in de Tsunami. In het bijzonder aan de studentes Sathya, Catherine Mary Grace, Geetha, Nithaya, Kavipriya en Selvi uit Vedaranyam. Zij verbleven in hetzelfde tehuis.
Op 24 december bezochten zij Selvi’s huis, gingen naar het strand en trokken foto’s. Eerst werd Selvi ingeslikt door de vloedgolf en ze kwam terecht op een boom. Later werd ze opgenomen in het ziekenhuis. De moeder van Selvi werd samen met de vijf meisjes meegesleurd met de Tsunami.

Lees meer op www.intal.be


Met de lichamelijke pijn valt te leven

Een twee jaar oude baby, Akila, kwam om het leven in kamp Vellapallam. De baby stierf omdat er geen melk aanwezig was in het kamp. Jothi, een activiste die de tsunami-slachtoffers hulp aanbood in het kamp, bracht dit aan het licht. Ze vroeg aan de regering om onmiddellijke melkbedeling voor de baby’s in het kamp. De melk kwam er niet en de zaak verscheen in de media. In opdracht van de regering arresteerde de politie de activiste Jothi, omdat ze de media had ingelicht over het overlijden van de baby. Jothi werd lastig gevallen door politici van de regerende politieke partij.

Bhoopathy, een zogende moeder verloor haar baby (8 maand) in de vloedgolf. Samen met alle andere pijn die ze moet verduren heeft ze ook last van melkstuwing in de borsten. Daarvoor kreeg ze geen behandeling in het kamp te Poriayar (Nagai district). Momenteel wordt ze behandeld in het staatsziekenhuis te Chidambaram.

Kalaiselvi maakte iets gelijkaardig mee. In het staatsziekenhuis van Karaikkal kreeg zij geen injectie tegen die pijn, omdat ze daardoor geen melk meer zou hebben voor een volgende baby. Kalaiselvi moet nu met de pijn leven.

De staat reageert ongevoelig tegenover de gezondheidsproblemen van zogende moeders die niet meer in staat zijn te voeden omdat hun baby’s meegesleurd zijn in de vloedgolf. In de kampen wordt geen gepaste behandeling geboden aan vrouwen die last hebben van stuwing.
De baby van Ananthi (Kuttyandur) lag in zijn wiegje en drijft nu ergens op zee. Zij probeerde allerlei soorten traditionele middeltjes die haar pijn verlichtten. Zij beklaagt zich echter niet over de lichamelijke pijn, maar over de mentale pijn waartegen geen medicijnen opgewassen zijn. Zij verloor haar vijf maanden oude baby.

In Poompugar getuigen huilende vrouwen dat zij de lichamelijke pijn kunnen dragen, maar niets kan de ondraaglijke pijn verzachten veroorzaakt door de tsunami die hun baby’s nam. Er zijn geen gynaecologen in de kampen. Enkel vroedvrouwen om de gewone ziektes te behandelen. Er zijn ook niet genoeg relevante geneesmiddelen noch dokters voor de 1500 mensen in de kampen. De enige verkrijgbare medicijnen zijn T.T. als antibiotica.

Jayalkshmi brak haar been en wacht nu in het staatsziekenhuis op een betere behandeling (Kanyakumari district, Tamil Nadu). In Cuddalore brak Singarathoppu Venmathi haar hand. Ze werd getroffen door een boomstronk terwijl ze haar zoon aan het redden was. Ze staat helse pijnen uit door de breuk, maar ze heeft geen geld om zich te laten verzorgen.

Kasambu vraagt zich af hoe ze haar mand op haar heup zal kunnen dragen vanwege de breuken. Ze vraagt zich af hoe ze nu in haar levensonderhoud zal kunnen voorzien. Ze is gewond aan beide benen, heeft hechtingen aan haar dij en haar hand is gebroken.

Vrouwen krijgen geen gehoor
Karpooravalli, die behoort tot Thazanguda, kijkt tegen gelijkaardige problemen aan. Vrouwen zouden voorrang moeten krijgen in rehabilitatiewerk. De hulpvragen van vrouwen in de kampen krijgen echter geen gehoor.

Lakshmi uit Kottaimedu (Nagai district) die verblijft in de Thandavakulam kampen, zegt dat hun levensonderhoud werd weggespoeld door Kadalamma – de zee. “We staan op straat nu. Hoe lang zal dit nog duren? Hoe lang kunnen we hier blijven? Wanneer kunnen we draad van ons gewone leven weer oppikken? Hoe en waar zullen we opnieuw beginnen?”

Veel vrouwen die in de hulpkampen verblijven staan tegenover dit soort trauma. Vrouwen zijn het ergst geraakt en ze voelen een diepgewortelde angst. Ze verloren al hun bezittingen en hun werk zoals visverkoop en verkoop van andere snacks. Vrouwen speelden een grote rol in de vishandel en stonden op gelijke hoogte met de mannen uit het middenkader met wie ze streden tijdens de veiling. Dit alles werd de vrouwen ontnomen en ze blijven berooid achter, wachtend op de volgende hulpgoederen.

Permanente begeleiding is nodig
Het zijn de vrouwen die uren aanschuiven voor kaarten of goederen wanneer die aankomen in hun kamp. Zij ervaren doodsangsten en zijn psychologisch getroffen. Permanente begeleiding is hoognodig. Duizenden vrouwen in afgelegen dorpen en kampen hebben behoefte aan professionele hulpverlening. Zelfs na 50 dagen spreken zij nog over hoe hun kinderen uit hun handen werden gerukt.

In Rayapuram hoorde Chennai een vrouw schreeuwen: “Nadat ik mijn twee zonen een bad had gegeven, hoorde ik mensen roepen dat er grote golven waren. Het water liep binnen in huis. Ik droeg mijn zonen in beide armen, maar de golven namen ze weg van mij.” Aan de psychologische problemen van de vrouwen wordt geen antwoord gegeven.

Deivannai zegt: “We weten niet hoe het verder moet. Hoeveel maanden of jaren. We moeten de toekomst van de overlevende kinderen redden, hen naar school sturen en de eindjes aan elkaar knopen. We sliepen met onze kinderen onder de bomen. De hulpkampen zijn niet beveiligd. Er zijn teveel mensen in een te kleine ruimte. Er zijn niet genoeg toiletten.” Vrouwen gebruiken noodgedwongen open toiletten.

Lakshmi herinnert zich haar dorp Kotaimedu. Het leek op Singapore Ze waren niet afhankelijk van overheidssteun. Nu is haar leven volledig ondersteboven gekeerd. Veel vrouwen hebben zoals Lakshmi alles verloren; ze moeten hun leven opnieuw opbouwen uit de ruïnes. Hun woningen zijn weggespoeld. Er zijn geen middelen om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze zijn hun boten, catamarans, geiten, alles kwijt. Geen gebruiksvoorwerpen, geen kleren om zich te verschonen. Voornamelijk in de kampen vragen vrouwen om mantels, blouses en ondergoed.

“Ik wil mijn kinderen”

In het dorp Paravaipet (Karaikkal) rende een hoogzwangere vrouw met haar kinderen voor haar leven. De golven achtervolgden hen. Ze had gezwollen benen en zocht hulp bij een familie uit een andere kaste. Zij lieten haar niet binnen omdat ze een Dalit vrouw was. Ze duwde de vrouw uit de andere kaste opzij en rende met haar gezwollen benen nog verder naar boven om haar kinderen en de baby in haar baarmoeder te beschermen.

Muthamma uit het dorp Koonimedu (Villupuram district) probeerde met een stormloop haar kinderen te redden toen ze hoorde over de tsunami. Ze ontdekte dat ze hun nieuwe huis en al hun bezittingen kwijt waren. Muthamma had een hevige koortsaanval. Na 45 dagen keerde ze terug naar huis.

Jesurani noemde haar vermiste baby Tsunami. De dodelijke golven redden haar baby. De volgende dag vond ze haar mollige zoon in een hulpkamp. Intussen was de baby in 15 verschillende handen geweest.

Bovenop al de ellende was het drinkwater in geteisterde gebieden gezouten. De vrouwen die voor het water van de hele familie moesten zorgen, kregen deze last er nog bij.

Amudha woonde in het ergst getroffen dorp van Cuddalore, Devanampattinam. Toen de tsunami toesloeg, zocht ze dekking in haar huis. Haar eenjarig zoontje stierf in haar schoot terwijl het water haar huis binnendrong. Ze kon haar driejarig zoontje nergens vinden. Het was zijn verjaardag en Amudha riep dat ze chocolade en nieuwe kleren voor hem had gekocht. “Enakku Onnumey Puriyalle (ik versta er niks van)”, snikte ze. “Ik zag mijn oudste zoon verdrinken voor mijn ogen. Als ik kan zal ik meer kinderen op de wereld brengen, maar mijn lichaam is verzwakt. Ik heb zelfmoord gedachten. Ik wil geen kleren en geen schuilplaats. Ik wil mijn kinderen.”

Een nieuw bestaan opbouwen

In een ander kamp staat Kema in de wachtrij voor de mand en de koekjes die uitgedeeld worden. Zij verloor haar zevenjarige zoon. Vandaag is Kema blij dat ze haar twee andere kinderen nog bij haar heeft. Ze was visverkoopster, maar is bereid een ander werk te doen. Wat verwacht ze nu? “Ik verwacht voedsel, huisvesting en gebruiksvoorwerpen”, zegt Kema.

In Chennai Kasimedu en andere Kuppams gingen de vrouwen op 14 februari 2005 in hongerstaking. Ze revolteren tegen de staat die hen naar andere plaatsen wil sturen.

In Muttukaddu een dorp bij Marakanam (Villupuram district) was er een vrouw met een drieling van een maand oud die om melk vroeg om haar kinderen te voeden.

Vrouwen proberen te vissen in de rivier in het dorp Kolathur (Kancheepuram district). Na de tsunami zijn de rivieren verstopt vol zand en gezouten. De vrouwen vinden geen vis in de rivier. De rivier ziet er zwart uit en ze klagen over irritaties van de huid. De vrouwen raakten hun geiten kwijt en de kokosnootbomen zijn beschadigd. Vroeger weefden ze geitenhaar en bedekten ze hun daken met kokosnootbladeren. Maar zelfs dat is niet meer voorhanden. Deze situatie bemoeilijkt het overleven van vrouwen.

Op een vergadering getuigen 300 vrouwen in Kolathur (Kancheepuram district) dat ze bang zijn om dicht bij het water te komen. De dood is een reëel gevaar. Er is geen melk om te drinken en geen brandstof om te koken. Al deze vrouwen vroegen om werkgelegenheid. Ze zijn bereid om hard te werken voor het levensonderhoud van hun gezin.

Discriminatie van de armsten

Er moet speciale aandacht komen voor de noden van vrouwen, kinderen en minderbedeelde groepen zoals Dalits (kastelozen) en Irulas (inheemsen).

“Mijn echtgenoot Sigamani is vermist sinds de tsunami. We hoopten dat hij gevonden zou worden. Hoewel zijn lichaam nog niet geïdentificeerd is, ben ik nu alle hoop verloren. Toen ik dit ging melden, hielden ze vol dat hij als vermist bleef beschouwd zolang het lijk niet was gevonden”, zei Marakkal, een inwoonster van Keechankuppam (Nagai district).

Er heerst discriminatie van kasten in de noodkampen. In Muttukaddu werd Ekanthammal, een Irular vrouw, afgeranseld door vissersvolk omdat ze melk vroeg in een centrum van een NGO. Irulars en Dalits kunnen daardoor niet aan hulpmiddelen geraken. Pushpa vertelde dat het vissersvolk hen uitschold voor Villipasanga, slechte vrouwen die de doden opeten. Shanthi zegt dat ze niet tot bij de waterpomp mochten komen; het vissersvolk beledigde hen en dreef hen weg.

In Karaikkal verloor Vasanthi (28 jaar) haar twee kinderen in de tsunami. Ze ging naar het staatsziekenhuis te Karaikkal. Op 19 februari opende het ziekenhuis zijn deuren zodat ze haar kind kon laten geboren worden.

Marri (28 jaar) verloor haar twee dochters die speelden aan de kust. Ze werden weggespoeld. Marri rende door drie dorpen en bereikte uiteindelijk de stad. Toen ze terugkeerde vond ze hut noch bezittingen. Ze kreeg geen hulpgoederen. Nu verblijft ze in een hulpkamp.

In Karaikkal raakten Dalit vrouwen hun werk als meid bij het vissersvolk kwijt. Nu het vissersvolk ook alles verloren heeft, blijven de Dalit vrouwen achter zonder werk.

Vrouwen hebben nood aan bescherming van ziekte en gevaar

In de tijdelijke noodcentra zijn er geen voorzieningen voor vrouwen om te baden. Ze baden enkel ’s nachts. Vrouwen uit deze dorpen moesten een kilometer wandelen voor een toilet en ze gaan daar alleen ’s nachts.

Er is een groot tekort aan drinkwater omdat er maar een bron is. De mensen lijden aan huidziekten.

Selvi (12 jaar) werd geraakt door een boomstam en raakt een oog kwijt. Ze is nu opgenomen in het ziekenhuis.

Een Dalit vrouw die zorgde voor de 60 geiten en de 36 koeien van de dorpelingen uit T.R. Pattinam, werd samen met het vee weggespoeld. Er waren in dit dorp 20 zwangere vrouwen die geen degelijke verzorging kregen.

In Jeeva Nagar beviel een vrouw tijdens de tsunami. Er wordt niet naar haar omgekeken.
In Chennai werd Pattinapakkam Srinivasapuram (15 jaar) verkracht en vermoord toen ze aan het slapen was op het platform samen met de andere tsunami-slachtoffers van het vissersvolk.

In het Kanyakumari district gebeurden ook vreselijk dingen. Amalamary (19 jaar) uit Melmanagudi verloor haar moeder, haar grootmoeder en haar zus. De rug van haar zus was verbrand. Zij lijdt aan een huidziekte. Amalamary staat oog in oog met economische problemen. Haar vader kan zijn brood niet verdienen en al hun spaarcenten die ze bijhielden voor het huwelijk van de overleden zus zijn ze nu kwijt. Augustina (50 jaar) die ook in Melmanagudi woont, is nu weduwe en heeft een gekwetste zoon. Tot op vandaag kreeg zij nog geen bijstand van de staat. Ook Rosemary wacht nog steeds op hulp. Ze is weduwe en verloor haar twee zonen in de ramp. De gemeenschap wijst haar met de vinger omdat ze niet in staat was om haar zonen te redden. Minn (24 jaar) uit Alikkal raakte haar baby (4 maand) kwijt. Ze is mentaal verward en ze is opgenomen in het ziekenhuis.

“Hutten werden weggespoeld. Nu rest nog alleen een zanderig land. We krijgen oude rijst die ruikt naar wormen. Oude en gescheurde kledij aan ons lichaam. We willen werk. Alleen de zee is onze moeder. Zij kent onze problemen. Zij zal aan onze behoeften voldoen”, zegt de vissersvrouw.

De dochter van Lousis Mary uit Kollachel werd blind in de ramp. In Mandaikaddu raakte een gehandicapte vrouw, Lurthammal, haar winkel kwijt. Ze was nog niet in staat om toegang te krijgen tot hulpmiddelen.

Mannen rusten en spelen kaart in de buurt van de toiletten in de tijdelijke hulpcentra. De vrouwen worden verhinderd het sanitair te gebruiken.

Vrouwen na de vloedgolf kijken aan tegen ontelbare acute problemen. Die problemen zijn niet voorbij.

 

Deel dit artikel