Vrouwen willen stem in wederopbouw Nepal

Ondanks toezeggingen telt de Nepalese commissie die werkt aan een nieuwe grondwet, nog steeds geen vrouwen. De nieuwe Nepalese regering, die verklaarde vrouwen te zullen betrekken bij de wederopbouw van het land, maakt haar belofte tot nu toe niet waar.


De wederopbouw van het ‘nieuwe Nepal’ begon nadat een alliantie van zeven partijen (de SPA)honderdduizenden boze burgers aanspoorde om de straat op te gaan in het kleine Aziatische land. Ze protesteerden tegen het toen al veertien maanden durende bewind van koning Gyanendra. Na drie weken en 21 doden, ging de monarch overstag. In april kondigde hij aan dat hij het Huis van Afgevaardigden, dat vier jaar eerder door hem werd ontbonden, weer in ere zou herstellen.

Het nieuwe parlement deed sindsdien veel beloften. Een daarvan was een grotere rol voor vrouwen in het nieuwe, democratische Nepal. Een derde van alle posten bij ambtelijke instellingen zou gereserveerd worden voor vrouwen. Het nieuwe Huis van Afgevaardigden bestaat echter voor 95 procent uit mannen en het kabinet telt maar één vrouw, minister Urmila Aryal. Zij heeft onder meer vrouwenzaken in haar portefeuille. Aryal heeft gedreigd met aftreden als ad hoc-organen zoals de grondwetcommissie, vrouwen blijven uitsluiten van deelname.

Minister van Binnenlandse Zaken Krishna Sitaula verklaarde eind vorige week dat de commissie geen vrouwen telt omdat tot nu toe geen geschikte kandidaten werden gevonden. De commissie beraad zich volgens hem nog steeds op kandidaten.

“Regeringsfunctionarissen beweren dat er geen geschikte vrouwen te vinden zijn, maar ze hoeven alleen maar de afgesproken procedures te volgen en vrouwen een stem te geven”, zegt Junko Sazaki van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties in Nepal. “Ingewikkelder is het niet.”

Met de installatie van het nieuwe parlement lijkt ook een voorlopig einde te zijn gekomen aan de al tien jaar durende maoïstische opstand in Nepal. Die opstand kostte 14.000 mensen het leven en meer dan 100.000 mensen raakten ontheemd. Daarnaast werd voor miljoenen schade aangericht aan wegen, bruggen en andere infrastructuur in Nepal, een van de minst ontwikkelde landen in de regio. Meer dan een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens van minder dan een dollar per dag. De inbreng van vrouwen bij demilitarisatie, demobilisatie en reïntegratie van de maoïstische strijders is belangrijk, zegt de Srilankaanse Sunila Abeysekera van Global Campagn for Women’s Human Rights. Vrouwen moeten een stem hebben in de reconstructieplannen voor wegen, huizen en scholen. “Iedereen weet dat de afstand naar school een bepalende factor is als het gaat om het wel of niet naar school gaan van meisjes”, legt ze uit.

Vrouwen moeten zich organiseren, zegt ze. “De internationale gemeenschap zal met allerlei wederopbouwprogramma’s komen en daar moeten we ons op voorbereiden. Als we dat niet goed doen, dan worden we overstemd door anderen.” Tijdens een bijeenkomst afgelopen vrijdag werd een plan opgesteld dat nog deze week aan internationale donors gepresenteerd wordt. “Donors zijn daar zeker in geïnteresseerd, omdat 30 tot 40 procent van de maoïstische strijders vrouw is”, zegt Sazaki.

Een van de belangrijkste instrumenten die de vrouwen in handen hebben, is resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad. In die in 2000 aangenomen resolutie worden regeringen aangespoord om meer vrouwen te betrekken bij besluitvormingsprocessen na conflictsituaties. De secretaris-generaal van de VN zou erop moeten toezien dat bij vredesoperaties genderkwesties niet vergeten worden.

Tot nu toe was resolutie 1325 echter niet erg effectief. “Vrouwen worden nog steeds genegeerd of uitgesloten bij vredesonderhandelingen, verkiezingen, het opstellen van een nieuwe grondwet of het opzetten van bestuursstructuren”, zei VN-ondersecretaris-generaal Anwarul Karim Chowdhury onlangs.

Abeysekera verwacht dat de voormalige maoïstische rebellen, die stevig onderhandelen over hun positie in Nepalese regering, de vrouwenkwestie zullen inbrengen in de wederopbouwprocessen. De meer gematigde partijen zijn volgens haar echter voorstander van de “klassieke benadering”. “Dat wil zeggen: eerste orde op zaken stellen en pas dan de vrouwenkwestie op de agenda”, zegt Abeysekera.

IPS DOOR:

Deel dit artikel