Wereldbank dreigt geldkraan Nepal dicht te draaien


De Wereldbank dreigt zijn projecten in Nepal te stoppen als de politieke spanning in het land aanhoudt en de mensenrechtensituatie niet snel verbetert. Het land krijgt maximaal twee maanden de tijd om beterschap te tonen.


De internationale gemeenschap en internationale financiële instituten zijn verantwoordelijk voor 60 procent van het Nepalese ontwikkelingsbudget en dragen voor meer dan 28 procent bij aan de totale overheidsuitgaven. Zij kunnen dan ook grote invloed uitoefenen in het land, zeggen analisten.
De Wereldbank zegt in een woensdag (gisteren) uitgegeven verklaring dat de ontwikkelingen in Nepal op de voet gevolgd worden en dat binnen twee maanden 'nadere actie' kan worden ondernomen. De bank zegt de situatie in Nepal de komende weken zorgvuldig te zullen bespreken met andere ontwikkelingspartners. Het land krijgt maximaal twee maanden de tijd om beterschap te tonen op het gebied van hervormingen, goed bestuur en bescherming van de mensenrechten.
Volgens Ken Ohashi, landcoördinator voor Nepal bij de Wereldbank, zal de nieuwe regering moeten laten zien dat zij achter de economische hervormingen staat die zijn vastgelegd in de Poverty Reduction Strategy (PRS).
Ontwikkelingsorganisaties en mensenrechtengroeperingen, die ook een beroep hebben gedaan op de Aziatische Ontwikkelingsbank en het Internationaal Monetair Fonds om Nepal onder financiële druk te zetten, zijn blij me de verklaring van de Wereldbank. 'Dit is een veelbetekenend signaal', zegt Mark Schneider, vice-voorzitter van de International Crisis Group (ICG) in Washington, een van de organisaties die bij de bank heeft aangedrongen op actie. 'In essentie komt het erop neer dat vraagtekens gezet worden bij de geldstroom die via internationale instituten naar Nepal vloeit.'
Nadat de Nepalese koning Gyanendra begin februari de regering naar huis stuurde en zelf de macht overnam, kregen tientallen politieke leiders huisarrest. Ook werd perscensuur ingesteld. Volgens Gyanendra was de machtsovername nodig omdat de regering er de afgelopen jaren niet in slaagde de maoïstische opstand de kop in te drukken en verkiezingen uit te schrijven. Mensenrechtenactivisten zeggen dat de situatie na de machtsgreep van Gyanendra alleen maar is verslechterd. Verschillende politieke activisten zijn verdwenen.
Nepal is een van de armste landen in de wereld. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt 230 dollar (171 euro) per jaar. Nepal heeft een slechte reputatie opgebouwd als het gaat om verdwijningen en standrechtelijke executies. Honderden politici en activisten zitten vast en demonstraties worden hardhandig de kop ingedrukt.
De ICG, die zijn hoofdkwartier in Brussel heeft, pleit voor samenwerking tussen de belangrijkste organisaties en donorlanden die betrokken zijn bij Nepal. Dat zijn India, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Verenigde Naties. Zij zouden een plan moeten opstellen om te voorkomen dat het land verder afdrijft naar chaos. India en Groot-Brittannië hebben de militaire steun aan Nepal al stopgezet.
Van de internationale financiële instituten is de Wereldbank de eerste die zich publiekelijk uitspreekt over de situatie in Nepal. 'We wilden niet gelijk onze eigen agenda doordrukken, maar eerst de nieuwe regering de gelegenheid te geven duidelijk te maken hoe zij de toekomst van het ontwikkelingswerk ziet', verklaart Ohashi. (JS/ADR)

Deel dit artikel