"Wereldbank en IMF brachten Zambia tot de bedelstaf"

LONDEN, 25 mei (IPS) - Zambia is arm door, en niet ondanks, de hulp van de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF). De hervormingen die de twee instellingen het land opdrongen, hebben "tienduizenden mensen werkloos gemaakt, belangrijke nijverheidssectoren vernietigd, wijdverbreide sociale onrust veroorzaakt en de armoede doen toenemen," stelt de World Development Movement (WDM), een grote ontwikkelingsorganisatie uit Londen.


De organisatie vroeg Jack Jones Zulu en Lishala C. Situmbeko, twee Zambiaanse economen, een balans op te maken van de economische situatie in Zambia. Hun rapport, 'Zambia: Condemned to Debt' (Zambia, veroordeeld tot schulden'), legt een verband tussen het feit dat het land steeds slechter scoort op de VN-index van menselijke ontwikkeling en "de snelle handelsliberalisering en deregulering, de ontmanteling van de openbare sector en de massale privatiseringen" waartoe Zambia overging. In 1990 stond Zambia op de wereldwijde ranglijst op plaats 130 - naar Afrikaanse normen geen kwaad resultaat - maar in 2001 was het land al afgezakt naar rang 163, tussen de allerarmste landen ter wereld. Het Zambiaanse bruto binnenlands product (bbp) daalde van 1.455 dollar in 1976 tot 892 dollar in 2000.

 

Op aangeven van de Wereldbank en het IMF verlaagde Zambia onder meer de importtarieven op textielproducten en schrapte het alle invoerbelastingen op tweedehands kledij. Daarop werd het land overspoeld door textiel en gebruikte kleren uit het buitenland. Gevolg: van de meer dan 140 textielbedrijfjes die het land in 1991 telde, bleven er in 2002 nog welgeteld acht over. Het aantal werknemers in de textielsector viel terug van 34.000 tot 4.000. In de landbouwsector verdwenen in de jaren 90 28.000 van de 78.000 formele banen.

 

De buitenlandse schuld van Zambia steeg van 814 miljoen dollar begin de jaren 70 tot bijna zeven miljard dollar eind de jaren 80. Zambia is inmiddels toegelaten tot het HIPC-initatief, een programma van het IMF en de Wereldbank om de schuldenlast van arme landen terug te dringen. Maar die schuldverlichting wordt voorlopig maar met mondjesmaat toegestaan, al zijn de twee instellingen het vorige week wel eens geworden over een verdergaande schuldvermindering voor Zambia.

 

Maar volgens de auteurs van het rapport vormt het HIPC-initiatief gewoon "een nieuwe hefboom waarmee het IMF en de Wereldbank invloed kunnen uitoefenen op de Zambiaanse economie." De instellingen drongen er de voorbije jaren onder meer op aan dat de Zambiaanse regering de lonen zou matigen, het overheidspersoneel zou uitdunnen en subsidies in de landbouwsector zou terugschroeven. 

 

De Wereldbank geeft zelf toe dat ze de bal in Zambia soms heeft mis geslagen. In 2000 kwam de Bank tot de vaststelling dat het schrappen van de subsidies voor maïs en kunstmest geleid had tot "stagnatie en recessie in plaats van de Zambiaanse landbouw te helpen." Het IMF houdt vol dat zijn adviezen Zambia geholpen hebben de hyperinflatie te bedwingen en dat de Zambiaanse economie nu beter beheerd wordt. Maar de instelling moet wel erkennen dat het nog wachten is op volgehouden groei. 

 

De Zambiaanse president Levy Mwanawasa stelde vorig jaar dat de privatiseringen die Zambia op aandringen van het IMF doorvoerde, "het land geen significante voordelen hebben opgeleverd, maar wel geleid hebben tot werkloosheid, armoede en het verdwijnen van nationaal vermogen."

 

Onder de Zambiaanse bevolking leeft er veel onvrede met het hervormingsbeleid dat de regering op aanraden van het IMF en de Wereldbank voert. De bestuurders in Lusaka zagen bijvoorbeeld tijdelijk af van hun voornemen om de openbare elektriciteitsmaatschappij en een grote staatsbank te privatiseren nadat er in de hoofdstad massaal was betoogd tegen die plannen. Onder druk van het IMF en de Wereldbank heeft de regering het privatiseringsproces nu toch weer in gang gezet.

 

De WDM stelt dat Zambia geen uitzondering is. "Een onderzoek van de situatie in Malawi en een andere studie rond Senegal leidden tot gelijkaardige conclusies," zegt WDM-medewerker Dave Timms. "In het geval van Zambia zijn de effecten alleen nog frappanter." Zambia kreeg een democratisch bestuur toen veel andere landen in de regio daar nog niet aan toe waren en heeft geen oorlogstoestanden meegemaakt. Daardoor wordt het failliet van de adviezen van de Wereldbank en het IMF er des te duidelijker. (PD/ADR) 

 

Sanjay Suri

Deel dit artikel